Waar plaats je de bypassklep bij een warmtepompinstallatie?
Een bypassklep is een veelgebruikt onderdeel in cv-systemen en wordt vaak toegepast bij een warmtepompinstallatie, maar het is vaak nog onduidelijk waarvoor deze precies dient. In dit artikel leggen we het volgende uit:
- Wat is en doet een bypass valve?
- Waar plaats je een bypass valve?
- Wat gebeurd er bij verkeerde plaatsing van de bypass valve?

Wat is en wat doet een bypassklep?
Een bypassklep is in feite een beveiligingscomponent/ noodmaatregel in een cv-systeem. De klep zorgt ervoor dat er altijd voldoende watercirculatie blijft, ook wanneer de “normale route” (via radiatoren of vloerverwarming) deels of volledig afgesloten is.
Waar plaats je een bypassklep?
De bypassklep wordt in het cv-systeem geplaatst tussen de aanvoer- en retourleiding, na de cv-pomp.
Daarnaast moet de bypassklep bij voorkeur op minimaal 6 meter leidingafstand van de cv-pomp worden geplaatst.
Wat gebeurd er bij verkeerde instellingen van de bypassklep?
Een verkeerd geplaatste of ingestelde bypassklep kan negatieve effecten hebben op de installatie.
Wanneer de bypassklep binnen 6 meter van de cv-pomp wordt geplaatst, is er een grote kans op hydraulische kortsluiting. Door de hoge druk van de cv-pomp zal de bypassklep (bijna) continu openstaan. Hierdoor stroomt het warme aanvoerwater direct via de bypass terug naar de retour, zonder eerst langs het afgiftesysteem te gaan.
Dit heeft meerdere nadelige gevolgen:
- De retourtemperatuur loopt snel op, waardoor de warmtepomp sneller zal uitschakelen en weer opstarten (pendelen).
- De afgegeven warmte bereikt de radiatoren of vloerverwarming onvoldoende, wat kan leiden tot comfortklachten.
- De efficiëntie van de warmtepomp neemt af, wat resulteert in een hoger energieverbruik en een lagere COP/SCOP.
Ook tijdens de ontdooicyclus kan een verkeerd geplaatste bypass problemen veroorzaken. Tijdens deze cyclus moet energie vanuit het afgiftesysteem terug naar de warmtepomp worden geleid. Bij hydraulische kortsluiting stroomt echter energiearm water via de bypass direct terug, waardoor er onvoldoende bruikbare energie beschikbaar is. Dit kan leiden tot een verminderde werking, vaker inschakelen van ketelondersteuning of zelfs storingen of defecten aan het toestel
Bij een te grote afstand of een verkeerde instelling van de bypassklep kunnen ook problemen ontstaan. De klep kan dan te laat of helemaal niet openen, waardoor er onvoldoende doorstroming is wanneer het afgiftesysteem gesloten is. In dat geval kan een debietstoring optreden.