Wat is ruimtecompensatie (CP240)?
Ruimtecompensatie (CP240) bij weersafhankelijk stoken wordt gebruikt bij de regelstrategie “Kamer & buiten” (CP780). Het is een extra regeltechniek die de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater verder verfijnt op basis van de gemeten binnentemperatuur. Dit betekent dat naast de buitentemperatuur, ook de daadwerkelijke binnentemperatuur in een ruimte wordt meegenomen bij het bepalen van de benodigde aanvoertemperatuur voor het verwarmingssysteem.
Remeha raadt aan om de ruimtecompensatie niet te verhogen, omdat dit kan leiden tot een onrustiger gedrag van de warmtepomp, met meer schommelingen en frequentere in- en uitschakelingen als gevolg. Bij vloerverwarming kan het juist lonen om de ruimtecompensatie te verlagen naar 2 of zelfs 1 graad.
Voorbeeld: bepalen aanvoertemperatuur weersafhankelijk stoken met ruimtecompensatie.
De stooklijn gaat altijd uit van een bepaalde aanvoertemperatuur bij 20 graden.
Stel dat de gewenste binnentemperatuur is 22 graden.
De werkelijke binnentemperatuur is 20 graden.
Ingestelde ruimtecompenstatie (CP240) is 3 graden.
- Verschil met setpoint: 22 – 20 = 2 graden
- Compensatie: 2 graden verschil x 3 graden per graad = 6 graden
- Gevolg: De aanvoertemperatuur van bijvoorbeeld 37 graden bij 20 graden binnentemperatuur wordt met 6 graden verhoogd om het binnen warmer te maken. De nieuwe aanvoerstreeftemperatuur is 43 graden.
Let op: De ruimtecompensatie kan de aanvoertemperatuur ook verlagen. Zoals hieronder weergeven.
Stel dat de gewenste binnentemperatuur is 20 graden.
De werkelijke binnentemperatuur is 22 graden.
Ingestelde ruimtecompenstatie (CP240) is 3 graden.
- Verschil met setpoint: 20 – 22 = -2 graden
- Compensatie: -2 graden verschil x 3 graden per graad = -6 graden
- Gevolg: De aanvoertemperatuur van bijvoorbeeld 37 graden bij 22 graden binnentemperatuur wordt met 6 graden verlaagd om het binnen af te laten koelen. De nieuwe aanvoerstreeftemperatuur is 31 graden.
Hoe kleiner het verschil is tussen de gewenste en de werkelijke binnentemperatuur, hoe minder de aanvoertemperatuur wordt aangepast. Is het verschil groter, dan wordt de aanvoertemperatuur juist sterker verhoogd of verlaagd.